De Orde der Norbertijnen: 9 eeuwen in de abdij van Leffe…

Onze-Lieve-Vrouw Van Leffe is een Norbertijnenabdij. De kanunniken volgen een gemeenschappelijke leefregel die weliswaar een aantal beperkingen oplegt, maar hen ook voldoende vrijheid laat. We duiken even in het verleden…

De leefregel van de Norbertijnen legt de nadruk op handenarbeid en op twee jaarlijkse biechten. Maar in tegenstelling tot seculiere kanunniken, die vooral voorlezen uit de Bijbel, verenigen reguliere kanunniken, zoals de Norbertijnen, het gemeenschapsleven in de abdij met een actief leven in de stad, naar het voorbeeld van de Apostelen.

De Norbertijnen, voorlopers van de latere bedelorden, verspreidden zich vooral in het Noorden van Europa, met een 120-tal abdijen rond 1150 en ongeveer 400 tijdens de Middeleeuwen. De orde kende een gestage groei en telde ooit enkele tienduizenden religieuzen verspreid over de hele wereld.

De Norbertijnenorde werd opgericht door Sint Norbertus in 1121. Norbertus kwam uit een adellijke familie, studeerde voor het priesterschap en verdeelde al zijn bezittingen onder de allerarmsten. Als reizende prediker, benoemd door de paus, kwam hij terecht in Frankrijk waar hij halt hield in de “Presmontré” in Picardië, tussen Laon en Soissons. De bisschop van Laon schonk hem een terrein voor de oprichting van een abdij.

 

De Norbertijnenorde werd in 1126 erkend door paus Honorius II. Sint Norbertus dook vervolgens op in Namen, vlakbij Dinant en bij de toekomstige Abdij van Leffe. Op verzoek van Graaf Robrecht II stichtte hij in 1121 de Abdij van Leffe.

In 1152, 30 jaar na de oprichting, schenkt Graaf van Namen Hendrik de Blinde de Sint-Mariakerk van Leffe samen met de inkomsten en de aanhorigheden aan de Norbertijnen. De oprichtingsakte dateert van 1152 en wordt in 1155 bekrachtigd door Paus Adrianus IV. In 1200 wordt in de Abdij de priorij opgericht. De kanunniken leiden er een gemeenschappelijk en sober leven in het teken van de arbeid. Tijdens de 13de eeuw breidt het abdijdomein zich verder uit dankzij talrijke schenkingen en aankopen van kerken, dorpen, bossen, tienden, velden en molens. De Norbertijnen brouwden bier en bewerkten de velden.

Intussen is er natuurlijk veel veranderd. Vandaag verdelen de Norbertijnen hun tijd tussen het gemeenschapsleven en pastoraal werk buiten de abdij. De enen zijn priester of aalmoezenier, anderen hebben diocesane taken in strafinstellingen, ziekenhuizen, de katholieke zorghulp… maar zonder hun basisbeloften ooit uit het oog te verliezen.

Ontdek meer over dit thema

Toon alle artikels over hetzelfde thema

Ontdek andere artikels

Toon alle nieuwigheden