’t Groendal, kaascultuur met zachte smaak en zin voor fantasie

Als jonge kerel zag Johan Deweer het eigenlijk niet zitten om de boerderij van zijn ouders in het West-Vlaamse Rumbeke over te nemen. Vandaag hebben hij en zijn echtgenote Dominique Steyaert de hoeve omgebouwd tot een goed draaiende kaasmakerij met de poëtische naam ‘t Groendal.

Aan groen geen gebrek in Rumbeke, de deelgemeente die aan de zuidkant van het West-Vlaamse Roeselare grenst. Het Sterrebos is in de verre omstreken bekend en het dorp is bezaaid met akkers en weilanden. Tijdens een wandeling in de buurt van de Godelievebeek stoot je op het idyllische tafereel van een honderdtal mooi zwart-wit gevlekte koeien die in alle rust grazen. Dat zijn de dieren die voor de melk zorgen waarmee Johan Deweer en Dominique Steyaert van ’t Groendal zowat twintig verschillende kaassoorten produceren. De naam van hun bedrijf hangt trouwens nauw samen met de licht glooiende omgeving. “Iets verderop hellen de weiden af naar de lager gelegen meersen,” verduidelijkt Johan. “Toen we 25 jaar geleden op zoek gingen naar een goeie naam voor deze boerderij, leek ons dat een goeie keuze.”
 




 

Uit liefde voor het vak

Generaties lang was de hoeve een traditionele gemengde boerderij maar dat leven leek niet voor Johan weggelegd. Hij trok naar Vilvoorde om industriële milieuzorg te studeren. Uiteindelijk kroop het bloed toch waar het niet gaan kan en besloot hij om in de voetsporen van zijn voorvaderen te stappen, al gaf hij er een nieuwe wending aan. “In een praktijkschool voor veeteelt in Nederland kwam ik voor het eerst in contact met het idee om kaas te maken op de boerderij,” herinnert hij zich. “Ik was meteen verkocht en begon aan een opleiding zuivelbereiding. Nadien heb ik nog wat praktijkervaring opgedaan bij kaasmakers in Zeeuws-Vlaanderen en Normandië.” Toen Dominique en hij in 1987 zelf aan de slag gingen, liep dat echter niet van een leien dakje. Na twee jaar werden hun runderen getroffen door een infectieziekte en moesten ze afgemaakt worden. “Ook de rauwmelkse kazen die we toen nog maakten, waren verloren,” vertelt Johan. “Op dat moment hebben we beslist om over te schakelen naar de productie van kazen met gepasteuriseerde melk.”
 

Zin voor experiment

Vandaag zijn al die zorgen vergeten en draait ’t Groendal op volle toeren. “Als ambachtelijke kaasmakerij liggen we uitstekend in de markt,” zegt Johan. “Onze twee bekendste kazen zijn ongetwijfeld Pater Lievens en Oud Roeselare maar we proberen ons assortiment zo breed mogelijk te houden.” Nu en dan komt er zelfs nog een kaassoort bij, want hij houdt ervan om te experimenteren. Met succes trouwens. Vorig jaar won hij op de World Cheese Award nog een bronzen plak met de Poperingse Keikop, de allereerste kaas die met hopscheuten wordt bereid. Naar aanleiding van de herdenking van de Eerste Wereldoorlog ontwikkelde hij dan weer de Poppy Cheese, een kaas met blauw maanzaad uit de papaverplant.
 

Populair en exclusief

Johan is trots op zijn nieuwe vondsten maar hij is minstens even trots op het ambachtelijke werk dat ’t Groendal presteert. Niets wordt aan het toeval overgelaten. De keuze van de melkkoeien (Holsteins die af en toe gekruist worden met Zwitserse Brown Suisse), de voeding die de dieren krijgen (gevarieerde grasproducten en af en toe organisch krachtvoer), de natuurlijke aanpak (geen additieven), al die keuzes hebben een duidelijke reden. Het bedrijf houdt sommige kazen zelfs bewust uit het brede distributienetwerk.

De Brokkeloud Roeselare bijvoorbeeld, een harde hoevekaas die tot 18 maanden gerijpt heeft — en die ironisch genoeg heerlijk smaakt bij een glas blonde Leffe. “De Brokkeloud Roeselare kan je enkel in gespecialiseerde kaaswinkels kopen” legt Johan uit. “Er zijn ook een paar restaurants die hem op het menu hebben. We willen die kaas een beetje exclusief houden. Zo’n mix tussen kazen voor de grootdistributie en kazen voor een select netwerk vinden we belangrijk.”

Ontdek meer over dit thema

Toon alle artikels over hetzelfde thema

Ontdek andere artikels

Toon alle nieuwigheden