Maak de zomer langer met zes zonovergoten bestemmingen

Om de zomer nog wat te rekken, nodigt Leffervescence u uit om samen zes bestemmingen te ontdekken, die rijk zijn aan smaken en aan cultuur. Enerzijds is er een mooie tocht door Frans Baskenland: we bezoeken Saint-Jean-de-Luz, Espelette en Saint-Jean-Pied-de-Port. Maar we gaan ook naar de Provence: langs het Catalaanse Perpignan naar Avignon en Saint-Paul-de-Vence.

Van het Baskenland naar de Pyreneeën...

Saint-Jean-de-Luz, op enkele kilometers van de Spaanse grens, is zeker het meest pittoreske badstadje van de Baskische kust. Het immense zandstrand, dat door drie magnifieke zeeweringen wordt beschermd tegen de kracht van de Atlantische Oceaan, is ideaal voor zwempartijen met het hele gezin. De traditionele vissershaven was in de 17e en 18e eeuw de thuishaven van de kapervloot van de beruchte "corsaires Luziens". Tegenwoordig is Saint-Jean-de-Luz de belangrijkste tonijnvissershaven van Frankrijk. Niet voor niets is tonijn vaak een ingrediënt van de kleine piquilos die als tapa bij het aperitief worden geserveerd. Deze kegelvormige, stevige en sappige pepers hebben een typische zoete, licht gegrilleerde smaak. Ze worden niet alleen met vis maar vaak ook met verse kaas gevuld.

Deze pepers vinden we ook in de typische gerechten van het charmante dorpje Espelette. De plant komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika, maar werd in de 16e eeuw naar Europa gebracht door een Baskische zeeman. Sinds 1650 wordt hij in de streek verbouwd. Sedert die tijd ook heeft deze 'piment' de gewone peper in de plaatselijke keuken verdrongen als specerij. Volgens de traditie hangen de slingers pepers tegen de witte gevels van de huizen te drogen als een magnifiek camaieu – net als het mooie rode houtwerk aan de huizen, dat ook typisch is voor deze streek. Hun licht pikante en fruitige smaak proef je ook in de 'axoa' – een typisch gerecht van de streek met schapenvlees, en in de 'tripoxta' – een kalfsragout die vaak wordt genoten bij de talrijke plaatselijke festiviteiten.

Het historische stadje Saint-Jean-Pied-de-Port nodigt uit tot ontspanning en herbronning. Een van de middeleeuwse stadspoorten, de 'Porte Saint-Jacques' staat op de werelderfgoedlijst van de UNESCO. Langs deze poort kwamen de pelgrims de stad binnen. Vanaf de 14e eeuw werd Saint-Jean-Pied-de-Port een belangrijk handelscentrum en een vaste pleisterplaats voor de vele reizigers en pelgrims naar Santiago de Compostela. Ook tegenwoordig nog is het een druk stadje, vooral op de as van de 'rue de la citadelle' tot aan de 'pont Notre-Dame' over de Nive. De mooie forel uit de Nive laat zich best combineren met de traditionele 'piperade', waarvan u het recept vindt op bladzijde 8.

Van het Catalaanse Perpignan tot Saint-Paul-de-Vence...

De stad Perpignan – in het Catalaans 'Perpinyà' – ligt in het departement Pyrénées-Orientales, en is al meer dan 1000 jaar de hoofdstad van Rousillon, het Franse deel van Catalonië. In het jaar 1463 bezet de Franse koning Lodewijk XI Perpignan, maar de stad komt in 1473 in opstand tegen de Franse bezetters. Na een vreselijke belegering, die duurde tot 2 februari 1475, kreeg de stad van de Koning van Aragon de titel “Fidelissima villa de Perpinyà” (de trouwe stad Perpignan). Ook op cultureel vlak blijft Perpignan niet achter: hier ontstond de 'sardane', een uniek mengsel van muziek en dans en een authentiek symbool van feestvreugde en verbondenheid. Ga zeker ook een kijkje nemen in het station, dat Salvador Dalí beschouwde als het centrum van de wereld.

In de Provence, en meer bepaald in het departement Vaucluse, kan men prachtige wandelingen maken langs de oevers van de Rhône, onder de muren van Avignon. Een originele manier om deze prachtige stad en ook het mooie 'île de la Barthelasse' te ontdekken. Natuurlijk mag een bezoek aan het beroemde Pausenpaleis van dit 'Babylon aan de Rhône' niet op uw verlanglijstje ontbreken. Dit unieke gebouw, dat opgenomen is in de werelderfgoedlijst van de UNESCO, getuigt van het verleden van Avignon als hoofdstad van het christendom in de middeleeuwen. Met de bouw van het paleis werd begonnen in 1335. Het stond symbool voor de invloed en de uitstraling van de kerk over het christelijke Westen van de 14e eeuw. Het werd in minder dan twintig jaar gebouwd onder het bewind van de pausen Benedictus XII en Clemens VI. Het gebouw is het grootste gotische paleis ter wereld, met een vloeroppervlak van niet minder dan 15 000 m² – ruwweg het equivalent van vier gotische kathedralen. U kunt er de privévertrekken van de vroegere pausen bezoeken, met de fabuleuze muurschilderingen van Matteo Giovanetti, een van de grootste frescoschilders van de Siënese School. Hier werd door Jean Vilar in 1947 ook het Festival van Avignon opgericht. Vandaag is het Pausenpaleis in Avignon een van de tien meest bezochte monumenten in Frankrijk. Als u nog niet uitgewandeld bent, kunt u ook nog de beroemde 'Pont d'Avignon' ontdekken, die in het jaar 1165 werd gebouwd.

In het departement Alpes-Maritimes vinden we het dorp Saint-Paul-de-Vence, het op een na vaakst bezochte dorpje in Frankrijk. Het dorpje is een bakermat van moderne kunst, met talrijke galeriën en kunstenaarsateliers. U vindt er ook heel wat kunsthandwerkers: wevers, schrijnwerkers, keramisten en glazeniers. Hier verbleven heel wat beroemde kunstenaars: Matisse, Giono, Picasso en Miro, bijvoorbeeld, waren vaste klant bij 'la Colombe d’or', waar ze ongetwijfeld de heerlijke 'soupe au pistou' hebben geproefd.

Wij nodigen u graag uit om enkele recepten en specialiteiten van elk van de hierboven besproken plaatsen te ontdekken in onze rubriek 'Tijd voor het Aperitief'.

Dit artikel valt onder volgende categoriën:
Cultuur, Frankrijk, Geschiedenis, Smaakvolle momenten
 
Ontdek meer lekkere gerechtjes en boeiende interviews in Leffervescence edition 14.
Wilt u Leffe Onthult graag thuis ontvangen?